11 december 2025
Programmamanager stedelijke ontwikkeling Liesbeth Timmermans: “… als programmamanager heb ik ingezet op het teweegbrengen van die verandering in werken en denken”
Programmamanager Liesbeth Timmermans heeft voor de gemeente Amsterdam als programmamanager stedelijke ontwikkeling gewerkt aan twee programma’s: Ontwikkelbuurten en Aanpak Noord. In beide programma’s ligt haar focus op het fysieke domein; stadsnatuur, openbare ruimte, vergroening, klimaatadaptatie in relatie tot stedelijke ontwikkeling. De programma’s hebben hun eigen signatuur. Waar bij Aanpak Noord vooral ‘van buiten naar binnen’ wordt gewerkt, worden bij de Ontwikkelbuurten in Nieuw-West beleidsdoelen geconcretiseerd en gerealiseerd. Welke competenties zijn essentieel bij de rol van programmamanager stedelijke ontwikkeling? En welke uitdagingen komt Liesbeth tegen in haar werk?
Wat typeert de programma’s?
“Kenmerkend aan programma’s is dat er geen vastomlijnd einddoel is. Er is wel een opgave of een ambitie maar het einddoel is vaak nog wat abstract. Bij de Ontwikkelbuurten hebben we toegewerkt naar de gebiedsgerichte uitvoering van stedelijke beleidsdoelen. Bij Aanpak Noord is het herstellen van vertrouwen een van de overkoepelende ambities; voor het thema ‘stadsnatuur en groen’ heb ik dit samen met belangengroepen handen en voeten gegeven. We wilden de gedachte omdraaien van Amsterdam-Noord als stedelijk woongebied naar ‘Noord is een natuurgebied waar mensen wonen’. Als programmamanager heb ik ingezet op het teweegbrengen van die verandering in werken en denken.” Een ander doel van Aanpak Noord is om de afstand tussen bewoners en overheid te verkleinen en meer samen te doen. “Later kwam ik er achter dat hier ook een bestuurskundige term bij past, de responsieve overheid”, vertelt Liesbeth.
“Verder zijn beide programma’s in het leven geroepen omdat er urgentie was op de opgave maar er in de reguliere organisatie, in de lijn, geen structuur was om daar invulling aan te geven.” Bij beide is Liesbeth gestart met het opzetten van de organisatie en de structuur. Als programmamanager was het aan Liesbeth om strategie en programma(tische) structuur te bepalen. “Ik houd zowel intern als extern overzicht op het doel van en de samenhang in het programma.”
Hoe oefen je vanuit het programma invloed uit?
“Dat gaat op twee manieren. Aan de ene kant is dat concreet, namelijk door maatregelen uit te laten voeren die aansluiten op de doelstellingen. Vaak geef je daar zelf sturing aan, maar het is ook nodig om op zoek te gaan naar meekoppelkansen en creatieve dwarsverbanden. Aan de andere kant gaat het meer om het agenderen van je programmadoelen op allerlei tafels. Dat is de bestuurlijke tafel, maar ook bij de verschillende lijn- en beleidsafdelingen en andere instanties.”
Welke competenties zet jij in als programmamanager?
“Overzicht houden” begint Liesbeth haar opsomming. Gevolgd door “samenhang bewaken”. “Maar je moet ook vooral makkelijk kunnen schakelen. De ene keer zit je in gesprek met een bestuurder, de andere keer met een bewonersgroep, dan met iemand uit je programmateam, een beleidsadviseur, projectleider of gebiedsmanager. Je bent dus steeds met hele andere mensen aan het schakelen, op meerdere niveaus.” Liesbeth vervolgt: “Ik vind het zelf vooral belangrijk dat je je bewust bent van je rol. Als programmamanager moet je heel duidelijk hebben waar je wel van bent en waarvan niet. Een goede vraag om je daarbij te stellen is bijvoorbeeld ‘wat kan de bestaande organisatie via de reguliere processen en wat is de plus die je vanuit het programma geeft?”
Wat maakt je werk als programmamanager het allerleukst en wat is de grootste uitdaging?
“Ik vind het leuk om te werken aan verandering, en om op meerdere borden tegelijk te schaken. Ik vind het leuk om mijn mandaat te gebruiken om die verandering teweeg te brengen en de druk en het gevoel van urgentie op de opgave te houden.” Het behouden van een gevoel van urgentie is voor Liesbeth ook gelijk een van de grootste uitdagingen. “Ik merkte bij Aanpak Noord dat mijn thema vrij snel op orde was. Daardoor werd al snel gedacht, ‘oh dat loopt wel’, maar zo simpel is het niet: dan begint het pas. Er is veel nodig om die verandering in het denken over groen in de stad op gang te houden en daadwerkelijk tot andere afwegingen te komen. Bij het programma ontwikkelbuurten,” vervolgt Liesbeth, “was het een uitdaging om echt integraal te werken.” Ze noemt bijvoorbeeld de vergroening van de openbare ruimte, waarbij je samen met collega’s vanuit het sociale domein op zoek gaat naar een passende programmering. “Daarbij merk je dat we een andere taal spreken en andere tempo’s hanteren. Het is interessant om daarin toch met elkaar een gezamenlijke route te vinden.”



