30 september 2025
Omgevingsmanager Joos over gebiedsontwikkeling en participatie: “Als Omniplanner hebben we die voelsprieten”
Omniplanner Joos is als ervaren omgevingsmanager jaren actief betrokken bij verschillende gebiedsontwikkelingsprojecten door het land. Van grote infrastructurele projecten bij TenneT en herinrichting landelijk gebied bij een provincie tot diverse gebiedsontwikkelingen bij kleine gemeentes. Door dit brede palet weet hij goed hoe de ruimtelijke context bepalend kan zijn voor de invulling van de rol als omgevingsmanager binnen gebiedsontwikkeling. Hoe doet Joos dat eigenlijk?
Wat doe je als omgevingsmanager bij de verschillende projecten?
“Dat is meteen een hele ingewikkelde vraag”, reageert Joos. “Elk project waar je als omgevingsmanager aan werkt doe je namelijk anders. Omgevingsmanager is een onduidelijke rol, iemand die van twee walletjes eet: enerzijds ben je binnen het intern projectteam de belangenbehartiger van de omgeving. Anderzijds ben je in de omgeving de behartiger van het projectbelang. De invulling van de rol verschilt ook per fase van het project. Zit je in de initiatieffase van ‘er komt een mogelijke ruimtelijke ontwikkeling’ of zit je in de fase dat er al een aanbesteding heeft plaatsgevonden, dat de bestektekeningen gemaakt zijn en dat je het gaat uitvoeren? Of in een fase daar tussen? Werk je voor een overheid of werk je voor een aannemer?” Kortom: elk project, team, stakeholder en fase vraagt om een maatwerkbenadering.
Welke bijdrage lever je als omgevingsmanager aan het eindresultaat?
“Als omgevingsmanager ben je het belangrijkste bruggenhoofd tussen de opdrachtgever en betrokkenen. De opdrachtgever wil dat een project gerealiseerd wordt, betrokkenen willen dat, als er een ruimtelijke ontwikkeling komt, dat ze er niet slechter van worden. Ook willen ze vaak meer kwaliteit dan de opdrachtgever kan bieden. Regelmatig zie je een project dat aan de voorkant technisch goed doordacht is, maar dat niet aansluit bij de omwonenden. Bij windmolens bijvoorbeeld maken mensen zich zorgen over geluid en slagschaduw, terwijl die in de praktijk vaak meevallen. Op het moment dat je daar geen goede afspraken over maakt en ook niet goed vastlegt hoe je die hinder kunt beperken, vind ik dat je het werk niet goed gedaan hebt.”
Hoe vul je jouw rol in binnen een projectteam?
“Als omgevingsmanager kruip ik soms bewust in de weerstandsrol binnen het interne projectteam om zo de vertaalslag goed te maken van inhoud en bewustzijn binnen het projectteam naar de omwonenden buiten.” Als Joos zelf de projectmanager is, verlangt hij precies deze rol van de omgevingsmanager. “Zo kun je je ook goed voorbereiden op gesprekken met de omgeving, zonder dat het project meteen grote financiële of technische consequenties heeft en de haalbaarheid onder druk staat. Je hebt dan binnen de ‘veilige’ omgeving gekeken welke gevoeligheden er kunnen zijn en hoe je tot beter gedragen oplossingen kunt komen.”
En wat zijn essentiële competenties die volgens jou onmisbaar voor een goede omgevingsmanager?
“Als omgevingsmanager heb je goede voelsprieten nodig: Je moet goed kunnen aanvoelen wat de ruimtelijk-technische opgave is en die kunnen vertalen naar de omgeving. Zo ook de vraagstukken die in de omgeving leven, waar mensen mee zitten. Je verplaatst je in de omwonenden en andere betrokken zodat je hun belangen en zorgen goed mee kunt nemen.”
Daarnaast geeft Joos aan dat je communicatief vaardig moet zijn als omgevingsmanager, zeker in het kader van participatie en stakeholdermanagement: “Communicatie moet niet vanuit de initiatiefnemer gericht zijn, maar moet juist gericht zijn op de omgeving en doelgroep (de ontvanger). Je moet hun taal spreken en de boodschap brengen uit het perspectief van de ontvanger en aansluiten op diens belevingswereld. Dat is de beste wijze om de boodschap goed te laten landen en dit levert ook beste interactie op met de betrokkenen. Dan ontstaat er een gelijkwaardige dialoog.”
Hoe balanceer je tussen bestuurlijke doelen en maatschappelijke verwachtingen?
“Door die op elkaar te leggen. Bij een kleine gemeente zijn de lijntjes nogal kort, dus spreek je de wethouder makkelijk en kun je ook makkelijker een akkoord regelen dan bij een grote gemeente. Vanuit de ruimtelijke en technische inhoud zoek je verbanden om integraal slimme oplossingen te bedenken. Vervolgens moet je intern akkoord regelen. Tenslotte moet je de boodschap naar buiten daarop afstemmen en in gesprek gaan en blijven met omwonenden en andere betrokkenen. Een valkuil in participatie is dat er eerst over de zaken gesproken wordt waar met het niet over eens is, terwijl de dialoog vanuit gedeelde belangen een veel beter vertrekpunt is.”
Daarnaast vindt omgevingsmanager Joos transparantie belangrijk. “Als omgevingsmanager moet je omwonenden meenemen in de grote lijnen waar het projectteam mee bezig is en welke dilemma’s er zijn. Wees daarbij ook duidelijk over de kaders en spelregels. Dat schept vertrouwen en dat maakt dat je discussies goed kunt voeren: Hard op de inhoud, zacht op de persoon. Tegelijkertijd moet je scherp blijven op welke informatie je op welk moment prijsgeeft. Zo komt je onderhandelingspositie niet in het geding en helpt het als je bijvoorbeeld nog een troef achter de hand hebt.”
Waar krijg je, als omgevingsmanager, energie van?
“Als je na afloop van een project met de omgeving een biertje hebt kunnen drinken. Het komt voor dat je het niet met elkaar eens bent. Door op zulke momenten wederzijds begrip te tonen en op een respectvolle wijze het gesprek te voeren, kun je samen terugblikken op een fijne participatie. Het gaat dus om het tevreden kunnen zijn over het proces en de relatie, ondanks inhoudelijke meningsverschillen.”
Wat zijn volgens jou de succesfactoren voor een geslaagde gebiedsontwikkeling?
“Intern de taken goed verdelen. Het is niet altijd mogelijk om binnen elke organisatie volgens het IPM-model (werkwijze voor projectmanagement) te werken. Dit betekent dat je de taak- en rolverdeling telkens weer anders moet invullen. Hier moet je duidelijke afspraken over maken. Het is in feite teamwork: ken je eigen mensen en zet hen in waar hun kwaliteiten goed tot hun recht komen. Voor de omgevingsmanager is het belangrijk dat hij/zij altijd de rol van belangenbehartiger van de omgeving vervult.”
Tenslotte: Wat is volgens jou het DNA van een Omniplanner? En waar zit onze meerwaarde?
“Dat vind ik een hele belangrijke vraag! Wij hebben die voelsprieten; voor de ruimtelijke – en maatschappelijke impact die een project heeft op de fysieke omgeving en mensen in de omgeving. We luisteren goed naar de zorgen die de mensen hebben, nemen hen serieus, hebben daarvoor begrip en bieden duidelijkheid. Tegelijkertijd durven we ook tegen een wethouder in te gaan en een ander perspectief te presenteren. Ik noem dat “tegen de schenen masseren”. Met name dit laatste wordt zeer gewaardeerd door betrokkenen en helpt om het plan scherper te krijgen.”



